Ben jij een sprinter of duursporter?

 

Heb je explosieve spieren of duursport spieren?

Waarom kan de ene wielrenner goed sprinten en de andere wielrenner goed tijdrijden. Waarom kan marathonloper niet goed sprinten en kan een sprinter geen fatsoenlijke marathon lopen?

Het antwoord ligt hem in de samenstelling van de spieren van de sporter.

Om daar een goed beeld van te krijgen gaan we eerst kijken hoe de spieren in algemeenheid zijn opgebouwd. Elke mens heeft ongeveer 600 skeletspieren in het lichaam. De samenstelling van de spieren verschilt per persoon. Hieronder wordt uitgelegd hoe dat komt.

 

De opbouw van spieren

De spieren, skeletspieren, zijn als volgt opgebouwd:

  • De skeletspieren bestaan uit spierbundels.
  • De spierbundels bestaan uit honderden spiervezels.
  • De spiervezels bestaan uit honderden tot duizenden myofibrillen.

 

De spiervezel

We concentreren ons in de dit artikel op de spiervezel, ook wel een spiercel genoemd.
De spiervezels zijn niet allemaal hetzelfde. Er zijn verschillende type spiervezels. In algemeenheid kunnen we 3 verschillende spiervezels onderscheiden.

  • Langzaam samentrekkende vezels (slow twitch (ST) vezels of type I vezels)
  • Snel samentrekkende vezels a (Fast twitch vezels of Type IIa vezels)
  • Snel samentrekkende vezels x(Fast twitch vezels of Type IIx vezels)

Een spier bestaat dus uit een bepaalde hoeveelheid Type I vezels, Type Ia vezels en Type IIx vezels.
De verhouding in een skeletspier tussen deze drie spiervezels bepaalt of je voornamelijk een sprinter bent of voornamelijk een duursporter.

Verschil tussen de spiervezels

Slow Twitch vezels (ST vezels)

De langzaam samentrekkende vezels (Slow Twitch vezels) werken voornamelijk op zuurstof, het aeroob energiesysteem. Zij hebben een groot uithoudingsvermogen. Dit is gunstig voor langdurige inspanningen, zoals duurinspanningen. Het lopen van een marathon of het fietsen van een lange tijdrit.

De Fast Twitch vezels (FT vezels)

De snel samentrekkende vezels (FT vezels) zijn grofweg in te delen tussen type IIa en type IIx. Zij zijn voornamelijk geschikt voor korte en snelle energie leveringen. Deze spiervezels zijn zeer bruikbaar voor anaerobe energieprocessen, dus energie levering zonder zuurstof. Korte explosieve bewegingen zoals het sprinten, schieten of springen. Maar ook 400meter loopjes.
Het verschil tussen type IIa en type IIx is voornamelijk de mogelijkheid om gebruik te maken van zuurstof tijdens de energielevering. Type IIa kan beter aerobe energie leveren. Een Type IIa spiervezel is daarom ook iets beter geschikt om duuractiviteiten te ondernemen.

Samenstelling van een spier

Om te bepalen of een lichaam goed is voor sprinten of voor duursporten is afhankelijk van de verhouding van de 3 verschillende type spiervezels in een spier. Bestaat de spier voornamelijk uit Type I vezels dan zal de sporter beter zijn in duursporten. Bestaat de spier hoofdzakelijk uit Type IIx spiervezels dan zal de sporter zeer explosief zijn.

Aantal weetjes over de spiervezels

  • De verhouding van de spiervezels in de spieren zijn voornamelijk genetisch bepaald.
  • Hoe ouder een persoon wordt, hoe meer Type I vezels er in de spier zitten en hoe minder Type II vezels er in de spier zitten. Je wordt dus minder explosief als je ouder wordt.
  • De verhouding tussen de verschillende spiervezels in een spier zijn bij ongeveer hetzelfde in alle spieren. Dus de verhouding tussen de spiervezels in de beenspieren is ongeveer hetzelfde als in de borstspieren.

Om de verhoudingen van de spiervezels in de spieren te veranderen is de manier van trainen zeer belangrijk. Wil je hierover een persoonlijk trainingsschema om jouw doelstelling zo goed mogelijk te bereiken, kijk op persoonlijke trainingschema’s.

Met sportieve groet,

Teun Custers
OnlineProTrainer.nl

Speak Your Mind

*